De Post normen

De Belgische en Nederlandse postnormen

Belgische Postnormen

Onderstaande veranderingen gelden vanaf 1 januari 2008.

De opening van de gleuf wordt voortaan iets groter en kan lager of hoger van de grond komen te staan.

De nieuwe minimumopening wordt 23cm x 3xm maar de bestaande brievenbussen met een opening van 220 mm x 30 mm blijven reglementair, op voorwaarde dat de brievenbus geïnstalleerd is voor 1 januari 2008.
De onderste rand van de opening moet zich op een hoogte van ten minste 70 cm bevinden en de bovenste rand van de opening moet zich bevinden op een hoogte van maximaal 170 cm.
In specifieke gevallen kan de plaatsing van de gleuf worden uitgebreid tussen minimaal 40 cm en maximaal 180 cm. Voorbeelden daarvan zijn brievenbusopeningen in de gevel van een bestaand gebouw dat voor 1 januari 2008 in gebruik genomen is of groepen van bij elkaar horende brievenbussen (minstens 4).

Er is een minimumnorm met betrekking tot de afmetingen van de brievenbussen vastgesteld :

De brievenbus moet voldoende groot zijn om een ongevouwen zending in C4-formaat (229 mm bij 324 mm) met een dikte van 24 mm zonder beschadiging te ontvangen. Brievenbussen die niet groot genoeg zijn om een ongevouwen C4 formaat met een dikte van 24 mm zonder beschadiging te ontvangen blijven echter reglementair op voorwaarde dat de brievenbus geïnstalleerd is voor 1 januari 2008.

Daarnaast is er een nieuwe bepaling voor de plaatsing van de huisnummer:

Ingeval het huisnummer niet leesbaar is vanop de plaats waar de brievenbus zich bevindt, dient het huisnummer duidelijk leesbaar vermeld te worden op of nabij de brievenbus.

De bepalingen voor de goede bereikbaarheid van de brievenbus blijven onveranderd.

Nederlandse Postregeling

ARTIKEL 9 Postwet
Art. 9. - 1. Onze minister stelt ter bevordering van de aflevering aan geadresseerden van voor hen bestemde postzendingen regels omtrent plaats, afmetingen en andere hoedanigheden van de voor die aflevering bestemde brievenbussen. (zie: Besluit brievenbussen, staatscourant 1988, 252)
Art. 9. - 2. postzendingen die naar hun aard en omvang in aanmerking komen voor aflevering in een brievenbus als in het eerste lid bedoeld, kunnen als onbestelbaar worden aangemerkt indien het opgegeven adres niet beschikt over een brievenbus die aan de in het eerste lid gestelde regels voldoet.

Besluit Brievenbussen
Besluit van 12 december 1988, Staatscourant 252, van de minister van Verkeer en Waterstaat.
Art.1.1. Brievenbussen bestemd voor de aflevering van postzendingen behoren te zijn aangebracht zo dicht mogelijk bij de rijbaan van een voor motorrijtuigen op meer dan twee wielen berijdbare openbare weg. Ze dienen van de weg zonder belemmering bereikbaar te zijn.
Art.1.2. Met een openbare weg als bedoeld in het vorige lid wordt gelijk gesteld een weg die:

a. gedurende het gehele jaar onbelemmerd kan worden bereden door een motorvoertuig op meer dan twee wielen met een snelheid van tenminste 40 km per uur,
b. geen doodlopende weg is en
c. de gelegenheid biedt de bestelroute zonder omwegen te vervolgen.
Art.1.3. Aan of nabij de brievenbussen behoort door een nummer op duidelijke wijze te zijn aangegeven, bij welke woning, gebouw of gedeelte daarvan zij behoren.
Art.1.4. Brievenbussen in of aan gebouwen of woningen voldoen aan de het eerste lid gestelde voorwaarde, indien zij zich niet meer dan 10 meter gaans bevinden van de grens van een aldaar omschreven weg, waaronder mede worden verstaan de daartoe behorende trottoirs, paden, bermen en taluds.
Art.1.5. De in het eerste lid gestelde voorwaarde is niet van toepassing op groepsgewijs geplaatste brievenbussen, die:
a. ten dienste van galerijflats zijn geplaatst op rechtsstreeks met een lift bereikbare niveaus van die flat, mits de bussen ten dienste van alle op één niveau aanwezige en vanuit één en dezelfde lift bereikbare woningen zich in de onmiddelijke nabijheid van de lift bevinden, dan wel

·  b. ten dienste van alle overige collectieve gebouwen zo dicht mogelijk bij de ingang van dat gebouw zijn aangebracht.
Art.1.6. Brievenbussen ten dienste van geadresseerden die op recreatieterreinen verblijven, dienen groepsgewijs bij de ingang van het terrein te worden geplaatst. Bij gebreke hiervan kunnen postzendingen door of namens de terreinbeheerder in ontvangst worden genomen of door de geadresseerden op een daartoe door de houder van de consessie aan te wijzen postinrichting worden afgehaald.
Art.1.7. Behalve in gevallen bedoeld in het vijfde lid onder a dient het niveau waarop de brievenbussen worden bediend, te zijn gelegen op niet meer dan 2,5 meter boven of beneden het wegdek.
Art.2.1. De vorm en de kleur van brievenbussen moeten zodanig zijn, dat verwarring met voor het publiek bestemde brievenbussen van de houder van de consessie niet mogelijk is.
Art.2.2. De brievengleuf dient horizontaal of in het bovenvlak van de brievenbus te zijn aangebracht en dient zich bij voorkeur te bevinden 1,1 meter boven het niveau, waarop de brievenbus wordt bediend, maar in geen geval lager dan 0,6 meter dan wel hoger dan 1,8 meter.
Art.2.3. De afmetingen van de vrije inworpopening dienen in de lengte ten minste 265 mm te bedragen en in de breedte 32 mm.
Art.2.4. De inworpopening dient zo te zijn uitgevoerd, dat het bedienen van de brievenbus zonder gevaar voor verwondingen kan geschieden.
Art.2.5. Indien zich achter de inwerpgleuf een ruimte bevindt, bestemd voor de bewaring van postzendingen, dan dient de inwendige bruikbare breedte tenminste 270 mm te bedragen en de twee andere inwendige bruikbare afmetingen ten minste 150 en 380 mm.
Art.3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1989.
Art.5. Dit besluit kan worden aangehaald als: Besluit brievenbussen.